Slaapapneu patiënten kleinere en smallere bovenste luchtwegen

31-10-2017

11:45 uur

Auditorium van de Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105, Amsterdam

Three-dimensional analysis of the upper airway in obstructive sleep apnea patients

Hui Chen

prof. dr. Paul van der Stelt (Tandheelkundige Radiologie, ACTA) prof. dr. Frank Lobbezoo (Orale Kinesiologie, ACTA) prof. Jan de Lange (MKA-chirurgie, ACTA) en de copromotor: dr. Ghizlane Aarab (Orale Kinesiologie, ACTA)

Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA)

Tandheelkunde

Promotie

Heeft u uw partner of vrienden ooit horen snurken of heeft u zelfs wel eens gemerkt dat ze tijdens de slaap stoppen met ademen? Zo ja, dan hebben ze waarschijnlijk last van obstructieve slaapapnea (OSA). OSA wordt gekenmerkt door terugkerende belemmering van de luchtstroom in de bovenste luchtweg tijdens de slaap. Dat zorgt voor vermoeidheid en  hoofdpijn, maar kan ook – en dat is levensbedreigend – een risico geven op hartproblemen.
Hui Chen concentreerde zich voor haar promotieonderzoek op de vraag welke kenmerken van de luchtweg, zowel anatomische als functionele, de ademhaling van OSA-patiënten beïnvloeden en of het effect van de behandeling vooraf kan worden ingeschat. Ze ontdekte dat OSA-patiënten een kleinere en smallere doorsnede van de bovenste luchtweg hebben; ze hebben daardoor een hogere luchtwegweerstand.

Soort beugel
OSA-patiënten worden vaak behandeld met een mandibulair protrusie apparaat (MAD), een soort beugel die de patiënt ’s nachts draagt. Maar niet bij alle patiënten slaat deze behandeling aan. De behandeling lijkt vooral geschikt te zijn voor patiënten met een kleinere boven- en onderkaak, zo viel Chen tijdens haar onderzoek op.  
Ze voerde allereerst experimenten uit om te bepalen of de software, de apparatuur en de methodologie voor het analyseren van de bovenste luchtweg op 3D-röntgenopnamen betrouwbaar en accuraat zijn. Vervolgens vergeleek ze de bovenste luchtweg van OSA-patiënten met gezonde mensen.