Interview Fransje van der Waals: “Een patiënt is ook een leermeester”

Het  begon  allemaal  in  2001  in  een  klein  truckersstadje  in  India; het hoogleraarschap Global Health Education van huisarts Fransje van der Waals. Ze begeleidde daar, met haar kennis als hoofd vrouwenstudies, vrouwen tijdens de zwangerschap. Vrouwen van wie de mannen geregeld een Hiv-besmetting opliepen gedurende hun vrachtreizen. Waarom zou je deze vrouwen niet over een langere periode begeleiden en de lokale gezondheidsmedewerkers  meer  kennis  bijbrengen  over  aids,  dacht Van der Waals, want daarop rustten flinke taboes in die tijd. En later: als we ze in dit stadje opleiden, waarom niet op meer plekken in India. En nog weer later: als we ze in India helpen, waarom ook niet in Uganda en Thailand? En tot slot: als we ze opleiden op aids-gebied, waarom ook niet op andere gebieden? De stichting Health[e]Foundation was geboren, die  ze  overigens  samen  met  haar  werkpartner  en  “grote  aidsman” Joep van Lange oprichtte; de hoogleraar infectieziekten die omkwam tijdens de ramp met vlucht MH17.

Tekst: Anke Brouwer

Met de stichting ontwierpen ze een onderwijsprogramma voor ontwikkelingslanden dat, vanwege het internationale karakter van de programma’s, gebruik maakt van e-learning; digitaal leren en op afstand dus. Met dat onderwijsprogramma moet de  kennis over gezondheid zoveel mogelijk verspreid worden over landen waar die kennis tot nog toe ontbrak. Dankzij het succes van deze stichting, werd Van der Waals in 2014 gevraagd toe te treden als hoogleraar Global Health Education. Ze is daarmee de eerste hoogleraar op dit vakgebied. Een pionier dus. Want wat is het effect van leren op afstand, daar is tot op heden nog weinig over bekend.

Logo pdfDownload het interview

Is e-learning een goede vervanger van de traditionele manier van leren?
“Hoewel hoorcolleges steeds vaker worden vervangen door online leren, denk ik dat alléén online leren heel beperkt is. Je hebt persoonlijke interactie nodig. Dat  is in feite wat we doen met blended learning, waarbij je verschillende onderwijsvormen met elkaar mixed.”

Kunt u dat uitleggen?
“Massive Open Online Courses (MOOCS) zijn bijvoorbeeld momenteel heel populair. Daar kunnen mensen van over de hele wereld zich voor inschrijven en zo ontstaan er groepen van wel  tien tot honderdduizend mensen die een bepaalde module volgen. Dat  is veel te massaal. De motivatie om actief in een groep samen te werken is klein. Je kent niemand persoonlijk dus er ligt  weinig druk op. En ik spreek hier uit eigen ervaring. Ik ben ook een keer afgehaakt bij een dergelijke cursus, omdat mijn medecursisten maar niet online kwamen en ik daardoor de  gezamenlijk opdrachten niet kon afronden. Wij werken daarom als Small Private Online Courses (SPOCS), dat is veel kleinschaliger. Daaraan doen maximaal honderd mensen mee. Dat  werkt al veel beter. Maar de cursus alleen als SPOC aanbieden is ook niet voldoende. Als deelnemers elkaar leren kennen zijn ze meer gemotiveerd mee te doen aan het e-learning gedeelte.

Om elkaar te leren kennen, komen onze cursisten de eerste cursusdag daarom bij elkaar. Daarna kunnen ze drie maanden lang de cursus volgen, die bestaat uit verschillende modules van een uur. Na die drie maanden komen ze  pnieuw bij elkaar - tenminste als  ze de modules netjes hebben afgemaakt - en ze krijgen een interactieve workshop met lokale ‘helden’. Dat kunnen mensen van de overheid zijn die iets vertellen over de moeilijkheden rondom de distributie van medicijnen, een arts gespecialiseerd in een bepaald onderwerp of een patiënt met HIV met een persoonlijk verhaal. De cursisten werken daarnaast, in groepjes van zes, problemen uit. 

Bijvoorbeeld: een man van 21 werkt op een fietstaxi, verdient zoveel en is net begonnen met de behandeling van HIV. Wat zou je deze man voor voeding adviseren? Voeding is gezien de lokale omstandigheden in elk land en elke streek anders, dus behalve het leren van de theorie op de  computer is het ook belangrijk dat de cursisten lokale adviezen met elkaar bespreken, zodat ze leren hoe je patiënten ook op het terrein van voeding kan begeleiden. Daarna presenteren ze  hun oplossingen en bevindingen voor de klas. Kennisoverdracht vindt op verschillende manieren plaats en daarom moet je het ook zo divers mogelijk aanbieden. Het  gaat om de mix.”

“Je kunt pas met patiënten werken als je je zeker genoeg voelt”


Ziet u ook mogelijkheden voor onze tandheelkunde studenten?
“Jazeker, bijvoorbeeld bij een keuzevak. Als er te weinig studenten per faculteit meedoen, zou je het zelfs gezamenlijk kunnen oppakken met de  tandheelkundeopleidingen in Nijmegen en Groningen.”

En hoorcolleges? Kun je die vervangen door deze methode?
“In mijn tijd als geneeskundestudent hadden we onze eigen helden, dat waren bijzondere hoogleraren die ook patiënten meenamen naar de  colleges. Dat maakte de lessen heel boeiend, maar dat kun je tegenwoordig niet meer doen: een patiënt blootstellen aan al die nieuwsgierige blikken. Dat  kan op een kleinschaliger manier natuurlijk veel beter.”

Hoe belangrijk zijn docenten zelf nog in deze digitale wereld?
“Nog steeds heel belangrijk. Je hebt iemand nodig die je motiveert; een rolmodel. En dat hoeft echt niet altijd een opgeleide docent te zijn: een patiënt kan ook een leermeester zijn.”

Wat is volgens u de rol van een leermeester?
“Een  leermeester stelt vragen, roept vragen op en biedt de mogelijkheid om vragen te stellen: Question Based Learning. Dan blijven studenten geboeid en betrokken. Je leert het meeste door vragen te stellen.”

En oefenen? Bij ons gebeurt dat bijvoorbeeld op fantoomhoofden en boorsimulators.
“Inderdaad, tijdens de cursus laten we cursisten regelmatig oefenen op poppen, bijvoorbeeld een stuitligging, vastzittende schouder of een hevige bloeding tijdens de  bevalling. Het gaat er uiteindelijk om dat je zelfverzekerder wordt, dat je weet wat er moet gebeuren als  er complicaties optreden. Poppen zijn dan een veilig alternatief. Naar mijn idee kun je pas met echte patiënten gaan werken als je je zeker genoeg voelt. Een onzekere arts komt de  patiënt niet ten goede. Een patiënt is meer dan zijn of haar ziekte alleen, daar moet je mee leren kunnen omgaan.”

Is een virtuele patiënt, zoals onze boorsimulator, een goede patiëntvervanger?
“Nee, het is vooral een goede tussenstap: voordat je met echte patiënten gaat werken.”

Volgens eigen zeggen was Fransje van der Waals een hele luie student. Dat neemt niet weg dat ze buiten haar studie behoorlijk druk was. Zo organiseerde ze als MFAS-bestuurslid (Medische Faculteit der Amsterdamse Studenten) met medestudenten de introductieweek en speciale avonden over psychiatrie en global health en maakte ze het maandblad Verband voor de medische faculteit. “We organiseerden een heleboel, vooral bijeenkomsten over onderwerpen die we niet terugzagen in het curriculum. Het leuke is dat veel van die onderwerpen uiteindelijk alsnog in het curriculum terecht zijn gekomen.”

“Alleen op IJsland wonen alleen IJslanders”

Van wie heeft u het meeste geleerd in uw studententijd?
“Van hoogleraar Kloosterman: dé  verloskundeman. Een  voorbeeld? Voor onze introductieweek had ik - voor de tijd van de  nieuwe media - een filmapparaat gehuurd om een filmpje te laten zien tijdens de  introductie. Maar we hadden per ongeluk een geluidloos apparaat besteld, want daar zat korting op. Stond ik daar: voor een grote zaal met een rood hoofd. Stormt Kloosterman naar het faculteitsbestuur: ‘het kan toch niet zo zijn dat onze studenten al die introductiedagen moeten organiseren: ik heb ze  bezig gezien!’ Sindsdien worden de introductiedagen facultair georganiseerd. Hij was absoluut een inspiratiebron.”

U werkte ook samen met Joep de Lange. Heeft zijn overlijden uw werk ook beïnvloed?
“Ik kende Joep al heel lang en ook  zijn kinderen en vriendin. Mijn man (Jaap Goudsmit, red.) was zelfs zijn promotor. Het  was enig om met hem samen te werken. Hij kende iedereen en kon me bij iedereen introduceren. Toen ik met het idee kwam om de  stichting op te richten, steunde hij me meteen. Dat  was het goeie aan hem: hij gaf iedereen vrijheid. Als hij het een goed idee vond, dan kreeg je alle kansen. Ik probeer die vrijheid nu ook aan de  mensen om mij  heen mee te geven. Dat ze hun eigen taken uitbreiden en zich zelf verantwoordelijk gaan voelen voor hun werk.”
“Na de  dood van Joep en zijn vriendin - die  zat ook in het vliegtuig - besloten we door te gaan met het werk. Misschien wel met nog meer motivatie en enthousiasme dan voorheen.”

Waarom vindt u onderwijs zo belangrijk?
“Kennis is macht. Of zoals Nelson Mandela zei: ‘Education is the most powerful weapon. You can use it to change the world.”

Wat verwacht u, tot slot, van de toekomst van het onderwijs?
“We  globaliseren steeds meer en gaan wereldwijd steeds meer kennis met elkaar delen. En dat moet ook.  Iedereen is in beweging: alleen op IJsland wonen alleen maar IJslanders.”

Biografie


Dr. F.W. van der Waals (1950)

1978: Afgestudeerd als arts, Universiteit van Amsterdam (UvA)
1981-heden: Huisartspraktijk, Reguliersgracht
1978-1988: Universitair docent vrouwenstudies, Academisch Medisch Centrum (AMC)
1988-2001: Hoofd vrouwenstudies, AMC
1995: Gepromoveerd, UvA
2003: Oprichting stichting Health[e]Foundation
2014: Benoemd tot hoogleraar Global Health Education, AMC/UvA

Van der Waals is getrouwd met arts- microbioloog Jaap Goudsmit, ze hebben drie dochters.