Interview Niels Eldering: "Ik denk dat de tandheelkunde een heel interessante instapmarkt is voor technieken in de medische sector"

“Als je omhoog kijkt, zie je een maquette van het ISS, het International Space Station”. Het ISS hangt als een groot gevaarte boven ons hoofd, met de vlaggen van Japan, Amerika, Canada, Rusland en Europa op de verschillende onderdelen gemarkeerd. Samen met Technology Transfer Officer (TTO) Niels Eldering (37, studentikoze look) maakt Factaal een rondje langs de verschillende loodsachtige ruimtes van de European Space Agency (ESA) in Noordwijk. Ruimtes die veel weg hebben van een James Bond filmdecor. Helaas, geen James Bond in de buurt te bekennen, maar wel een omgeving waar overduidelijk spannende, nieuwe dingen gebeuren.

Tekst: Anke Brouwer

Logo pdf 
Downloaden interview

Reden genoeg dus voor Factaal om er eens een kijkje te nemen. Maar uiteraard is dat niet de enige drijfveer, want tandheelkunde en ruimtevaart hebben meer met elkaar gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. Vraag het aan onze wetenschappers Hans de Soet en Jack van Loon en zij kunnen je alles vertellen over de link tussen tandheelkunde en ruimtevaart. Al enkele jaren doet bijvoorbeeld Jack onderzoek naar de vraag: hoe kunnen cellen op mechanische belasting reageren? En hoe kun je dat beter onderzoeken dan in de ruimte; zonder zwaartekracht en waar je dus een perfecte, mechanisch onbelaste, controletest kunt uitvoeren. ACTA heeft intussen meegedaan met drie shuttle missies en twee Russische missies waarbij onder andere botcellen de ruimte in werden gestuurd.

Nu terug naar de ESA. Zonder dat we ons dat wellicht bewust zijn, worden veel van onze huidige technologieën gedreven door technologieën uit de ruimtevaart. Op je I-phone kunnen zien waar je bent? Zonnepanelen op je dak?

Dat kan doordat technieken uit de ruimtevaart worden toegepast op aarde. Factaal was daarom vooral ook benieuwd naar de vraag of technologische ontwikkelingen uit de ruimtevaart ook in de tandheelkunde toegepast kunnen worden. En met wie kun je het daarover beter hebben dan iemand die zich dagelijks bezig houdt met het leggen van de verbinding tussen de ruimtevaarttechnologie en de vragen uit de markt. Oftewel, TTO Niels Eldering.

Kun je uitleggen hoe een nieuwe techniek uit de ruimtevaart uiteindelijk terecht komt bij de consument?
“Idealiter gaat het zo, de auto-industrie heeft iets ontwikkeld en zegt: Verdorie, dit is toch zo’n mooie technologie, zouden ze daar in ruimtevaartindustrie niet iets aan hebben? Dat is fantastisch dan is er geen overheid nodig, want de industriële sectoren vinden elkaar en de overdracht vindt vanzelf plaats. Alleen, dat gebeurt helaas in veel gevallen niet, omdat mensen elkaar niet weten te vinden. Dan komt de rol van de TTO om de hoek kijken: wij gaan naar de ‘niet-ruimtevaartmarkt’ met de vraag: welke ontwikkelingsuitdagingen hebben jullie momenteel, is dat bijvoorbeeld lichtgewicht maken, kleiner maken, duurzamer maken? Vervolgens zoeken we de antwoorden op die vragen in reële technieken uit de ruimtevaart.”

"Over een paar jaar gaan wij met onze satelliet Rosetta landen op een komeet."

 
Zouden huidige technologische ontwikkelingen in de ruimtevaart ook iets kunnen betekenen voor de tandheelkundige sector?
“Als ik ga brainstormen dan kan ik me voorstellen dat bijvoorbeeld bepaalde boortechnieken interessant kunnen zijn. Over een paar jaar (2014) gaan wij landen op een komeet (komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko, AB) met onze satelliet Rosetta. Die heeft een kleine lander aan boord, om daar boringen ten behoeve van het onderzoek te doen. Daarvoor zijn verschillende boormethodes mogelijk en op dit moment is de ruimtevaart dat actief aan het onderzoeken: Hoe doe je een nauwkeurige boring? Hoe kun je meteen iets analyseren? Kunnen we ook op andere manier boren? Ik zie daar nog wel kansrijke dingen.”

Vind je dan – met de technologische ontwikkelingen die de ruimtevaart biedt – dat de tandheelkunde vaker zou moeten kijken naar de ruimtevaart om nieuwe innovaties te bewerkstelligen?
Vouwt zijn handen achter zijn hoofd en denkt na: “Ik denk dat we gewoon meer met elkaar moeten praten en bekijken: waar is precies behoefte aan. Als er technologieën in de ruimtevaart bestaan die toegepast kunnen worden in de medische sector, dan zou tandheelkunde de eerste sector zijn waar je toepassingen snel kunt ontwikkelen. Je ontwikkelt dan eerst technieken voor de kaakchirurgie en tandheelkunde en ontwikkelt die later door voor toepassingen dieper in het lichaam. Ja, ik denk dat tandheelkunde een heel interessante instapmarkt is voor technieken in de medische sector.”

Eldering vertelt enthousiast over zijn vak, maar dat kan ook bijna niet anders wanneer je al van jongs af aan weet dat je ‘iets in de ruimtevaart’ wilt doen: “Alleen om nu meteen natuurkunde te gaan studeren… dat vond ik wat te”. In plaats daarvan wordt het Bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam met als major: management, technologie en innovatie: “Dat de ruimtevaart drijft op technologieën op een dusdanig hoog niveau dat innovaties in de niet-ruimtevaartmarkt sneller geïntroduceerd kunnen worden; die uitdaging vond en vind ik interessant.” Tijdens zijn studie liep Eldering met de vraag rond hoe je ondernemerschap als innovatietool kunt ontwikkelen en zo kwam de ESA op zijn pad: “Zij waren toevallig net bezig met het opzetten van een dergelijk project en ik kwam dus als geroepen.” Hij ging stage lopen bij ESA en schreef er zijn Masterscriptie. Onder andere naar aanleiding van de uitkomsten uit die Masterscriptie werd In 2004 het eerste incubatiecentrum van ESA, het ESA Business Incubation Centre (BIC) opgericht, bedoeld om startende ondernemers in de hoogtechnologische sector te ondersteunen. Eldering kon er gelijk aan de slag. Intussen heeft de ESA zes van soortgelijke centra, o.a. in Duitsland en Engeland. “Het werk dat ik nu doe, sluit dus precies aan op de scriptie die ik acht jaar geleden schreef.” (lacht)

"Juist die ruimtevaart drijft een hoop technologische ontwikkelingen omhoog die anders nooit op dat niveau omhoog gedreven waren."


In 2011 vertrekt André Kuipers voor de PromISSe missie richting het ISS. De overheid stelde in 2009 dat ‘deze missie grote waarde heeft voor de wetenschap en innovatie’. Wat zijn jouw verwachtingen van deze missie?
“Allereerst proberen we met deze missie op verschillende onderzoeksvragen antwoorden te vinden. Maar om die onderzoeken te kunnen doen heb je instrumenten nodig. Met andere woorden: André kan zijn werk alleen goed doen met goede technologie die nu speciaal voor de missie worden ontwikkeld of verbeterd. En met die nieuwe technieken kunnen we wellicht straks op aarde ook weer ons voordeel doen.”

Is dat ook de verhouding tussen wetenschap en technologie? Het één komt voort uit het ander?
“Ja, het is een continue wisselwerking. De wetenschap heeft technologie nodig om wetenschap te kunnen bedrijven en stelt daarom de vraag: kan er voor mij zo en zo een instrument worden gebouwd? En tegelijkertijd - door technologische ontwikkelingen - ontstaan er opeens mogelijkheden; krijgen instrumenten capaciteiten die voorheen niet denkbaar waren. En dat beïnvloedt natuurlijk weer de wetenschap. Er wordt vaak gezegd: waarom moeten we één miljoen stoppen in bijvoorbeeld een nieuwe boortechniek, waar we het eerder over hadden? Kunnen we dat niet beter meteen in de gezondheidssector stoppen? Wisten we dan dat dat mogelijk was? Juist die ruimtevaart drijft een hoop technologische ontwikkelingen omhoog die anders nooit op dat niveau omhoog gedreven waren. En ook niet met die snelheid.”

ESA is o.a. een samenwerkingsverband tussen 18 Europese landen. In hoeverre loopt Europa voorop in de ruimtevaart op dit moment?Vooral ook als je kijkt naar de huidige economische situatie in Europa?
“De vier grootste ruimtevaartnaties van dit moment zijn nog steeds: Rusland, Amerika, Europa en Japan. Opkomende landen zoals China en India komen daar nu (nog) achteraan. Als je kijkt naar de economische situatie, dan denk ik dat de ruimtevaartindustrie juist een heel fijne en economisch duurzame industrie is om in te investeren. Je investeert in een satelliet van design tot en met de data die je eruit haalt en daar kan vijftien tot twintig jaar tussen zitten. En wat er dan ook politiek moge gebeuren in de verschillende lidstaten, je hebt ooit dat bedrag gereserveerd voor dat project dus je kunt er niet zomaar afspringen.”

En hoe zorgt ESA er voor dat we als Europa voorop blijven lopen?
“Eigenlijk is dat simpelweg de ruimtevaart eigen. Dat geldt ook voor de landen buiten Europa die zich bezighouden met ruimtevaart. Je loopt eigenlijk altijd voorop op aardse ontwikkelingen.”

En vergeleken met andere landen?
“Oh eh ja, dan moeten we vooral zo doorgaan (lacht). Het gaat eigenlijk hartstikke goed met de samenwerking tussen de 18 landen. We breiden langzaam verder uit. Zo zijn recentelijk Tsjechië en Roemenië toegetreden. En we doen het heel goed met onze Ariane5 raket. Dat is, zeg maar, de basisraket van Europa. Ariane5 is verantwoordelijk voor zeker de helft van de telecommunicatie- en wetenschappelijke satellietlanceringen in de wereld.”

"Hoe kun je heel duurzaam, langdurig met beperkte hulpbronnen omgaan?"


En als je het hebt over de komende tien jaar en kijkt naar de huidige technologische ontwikkelingen in de ruimtevaart. Hoe zou volgens jou de toekomst er dan uit kunnen zien?
“Door onze aardobservatie satellieten begrijpen en weten we steeds meer over ons klimaat. En natuurlijk, het verdere: we zijn nog steeds serieus bezig met een reis naar Mars, een planeet die niet zo heel anders is dan de aarde. Er heeft water gevloeid, waarom nu niet meer? Maar ook de reis er naartoe is belangrijk: hoe kun je heel duurzaam, langdurig met beperkte hulpbronnen omgaan. Ik heb begrepen dat je voor een Marsreis 30.000 kilogram voedsel nodig hebt en dan houd je nog eens 15.000 kilo aan ontlasting over en allerlei andere bijproducten. Dat is veel te veel. Dan is zo’n reis onmogelijk. Dus bestaan er nu speciale programma’s die zich bezig houden met recycling. John F. Kennedy riep in zijn toespraak al (naar aanleiding van de maanlanding in 1969, AB) We choose to go to the Moon in this decade and do the other things, not because they are easy, but because they are hard (…). Niet alleen het bereiken van de Maan is het doel, maar ook de weg er naar toe. En de weg er naartoe kan veel mooie innovaties voor ons in petto hebben.”

Biografie

Niels Eldering (1974)

2003: Afgestudeerd Bedrijfskunde, Erasmus Universiteit,
2003: Technologie Transfer Officer ESA,
2004: Lancering Incubatiecentrum ESA (ESA BIC),
2005: Ontvangt ESA award.

Interesses: Wetenschapshistorie, gitaar, muziek schrijven, golf.

Tijdens zijn studie was Niels Eldering actief in faculteitsvereniging Bedrijfskunde en het Rotterdamsch Studenten Corps en werkte daarnaast als studentassistent Management van Technologie en Innovatie. Hij geeft regelmatig gastcolleges en organiseert sinds 2005 samen met Erasmus Universiteit Bedrijfskunde een jaarlijks vijfdaagse seminar voor de internationale Masterstudenten van CEMS (www.cems.org). Studenten schrijven daar businessplannen gebaseerd op space technology.