Interview Jeroen van den Hoven: “We worden steeds kwetsbaarder in een wereld waar veel zaken onderling verbonden zijn”

Stel je hebt net een scheiding achter de rug. Je hebt je levensverzekering opgezegd, je huis verkocht en besloten een sabbatical te nemen. Je koopt om te beginnen een enkeltje Turkije. Maar op sociale media heb je je eerder boos gemaakt over Syrië. En vanwege dat enkeltje kan het ineens gebeuren dat je door de overheid als terrorist wordt bestempeld.

Dit scenario van Hans Schnitzler
, filosoof en schrijver van het boek: Bestaat er een digitaal proletariaat? is niet onwaarschijnlijk als je weet dat big data bestaat. Dat is de informatie die we uitzenden via onze computers, mobiele telefoons en andere digitale middelen, en waar commerciële organisaties, maar ook overheden dankbaar gebruik van maken. Maar wat betekenen dergelijke nieuwe ontwikkelingen voor de term ‘persoonsgegeven’, onze privacy, en uiteraard: de tandheelkunde?

Factaal sprak erover met TU Delft-hoogleraar Ethiek & Techniek Jeroen van den Hoven. Het stereotypische beeld van de lang nadenkende en langzaam sprekende filosoof gaat niet op voor Van den Hoven. Bij de kennismaking krijgen we een ferme handdruk, waarna Van den Hoven gelijk enthousiast van start gaat. Hij denkt en spreekt snel, geeft heldere antwoorden, maar weet net zo snel weer nieuwe vragen op te roepen. We spreken af op het Centraal Station van Den Haag. Een handige locatie voor iemand die voor zijn werk veel onderweg is en tegelijkertijd een mooi decor voor een gesprek over filosofie en techniek.

Tekst: Anke Brouwer

 Logo pdfDownload het interview

Wat is de rol van filosofie in onze samenleving?
“Ethiek levert inzichten over hoe je de wereld wilt maken. Onze zingevende kaders zijn op hun retour, de standaardoplossingen die we traditioneel aangereikt kregen, zijn er niet meer en met name technische ontwikkelingen gaan razendsnel. En die techniek stelt ons telkens voor compleet nieuwe vragen. Een filosoof formuleert die vragen preciezer, zet onderwerpen op de agenda en verheldert ze. En steeds vaker geven filosofen ook antwoorden of zetten een richting uit waarop je kunt denken.”

Kunt u een voorbeeld geven?
“De discussie over privacy is een goed voorbeeld. Over privacy wordt al langer gesproken, maar nu big data op het toneel is gekomen, wordt de discussie hierover steeds urgenter. Ook de zorg en de tandheelkunde ontkomen er niet aan in verband met patiëntgegevens. Filosofen vragen zich af: hoe ga je met die informatie om? Aan wie mogen die gegevens ter beschikking worden gesteld, voor welk doel, onder welke voorwaarden en voor hoe lang? Neem het principe van Informed Consent. Dat is een kernbegrip in de privacywetgeving.

In de geneeskunde en tandheelkunde geeft iemand bijvoorbeeld toestemming voor een bepaalde handeling. De tandarts legt uit wat er gaat gebeuren: ‘We gaan nu even uw tandsteen verwijderen, ik begin linksboven, en ga even uw mond schoonmaken,’ en vraagt toestemming: ‘Vindt u het goed, heeft u geen pijn? Dan gaan we weer verder.’ Dat is ook in de dataprotectie wetgeving belangrijk: je geeft toestemming voor gebruik van stukje informatie A en voor stukje informatie B. Maar het probleem van big data is, dat je weliswaar toestemming geeft voor stukje A en B, maar dat uit A en B C is af te leiden en daar gaf je geen toestemming voor. 

Dus dan terug naar het punt: waarom heb je filosofie nodig? Welnu, de privacywet gaat over de bescherming van persoonsgegevens. Schoolvoorbeelden zijn: naam, geboortedatum, adres, vingerafdrukken. Maar wat is een persoonsgegeven in de tijd van big data? Er worden nu veel gegevens verzameld die in eerste instantie niet over personen gaan, maar later wel op personen betrekking kunnen krijgen. Zijn dat allemaal persoonsgegevens? Die vraag is vooralsnog lastig te beantwoorden, maar hij moet wel gesteld worden.”

“Het lijkt er steeds meer op dat we alles decentraal moeten regelen”


Vragen stellen is dus belangrijk. Maar worden ze altijd op tijd gesteld?
“Dat is een goeie vraag, en dat is niet het geval. Althans: het zou beter kunnen.”

Verschillende filosofen stellen dat we weinig grip lijken te hebben op technische veranderingen om ons heen. Wat vindt u?
“We worden steeds kwetsbaarder in een wereld waar veel zaken onderling verbonden zijn. Als er ergens iets misgaat, gaat het ook ergens anders mis. Een mooi voorbeeld is Volkswagen, waar software letterlijk onder de motorkap werd aangebracht (met behulp van software werden auto’s zo geprogrammeerd dat ze aan de milieueisen leken te voldoen, maar dat in werkelijkheid niet deden, red.) daar zie je waar het misgaat en welke gevolgen dat heeft voor de Duitse economie, voor geloofwaardigheid en vertrouwen, en het toont ook aan hoe kwetsbaar we zijn.”

Wat is er filosofisch gezien misgegaan?
“De simpele ethische constatering is: een aantal mensen wilden snel rijk worden en schrokken er niet voor terug om daarvoor anderen een oor aan te naaien. De andere is de manier waarop het gebeurt: via technologie. Techniek is zo complex geworden dat slechts een kleine elite nog snapt hoe het werk. En die weten dus ook hoe ze een ander op het verkeerde been kunnen zetten.”

Ligt de macht dan bij een te kleine groep?
“Ja, dat is inderdaad het geval. Het lijkt er steeds meer op dat we alles decentraal moeten regelen, en niet centraal. Als je centraliseert, dan zit de fout ook centraal. Het model van een alleswetende en goedwillende dictator werkt niet. Onze samenleving is te complex voor een dergelijk besturingsmodel.”

De Vrije Universiteit is juist bezig te centraliseren. Is dat een slechte ontwikkeling?
“Dat kan ik niet zo een-twee-drie beoordelen, maar in veel omstandigheden is het beter om te decentraliseren. Je maakt dan gebruik van elkaars lokale kennis. Daardoor word je kennis robuuster en je organisatie veerkrachtiger. Mensen zijn, en voelen zich, betrokken en gecommitteerd. Dat maakt processen misschien stroperiger, maar het levert veel op.”

“Straf medisch personeel niet voor het maken van fouten”


De groep van Van den Hoven aan de TU-Delft doet onder meer onderzoek naar computationele sociale wetenschap. Ze maken daarvoor gebruik van data en modellen uit de sociale werkelijkheid, big data dus. Waar voorheen opiniepeiler Maurice de Hond in De Wereld Draait Door vertelde wat het vertrouwen was van de Nederlanders in de economie op basis van een bescheiden peiling kun je nu direct via big data achterhalen wat de stand van zaken is. Je kunt achterhalen hoeveel er gekocht wordt, hoeveel geldtransacties er plaatsvinden, hoeveel cash eruit de pinautomaten wordt gehaald, enzovoorts. Dat is, volgens Jeroen van den Hoven, een betere indicator voor het consumentenvertrouwen dan het houden van peilingen, omdat je weet wat iedereen nú aan het doen is.

Is het mogelijk om computationele sociale wetenschap toe te passen in de zorg?
“Zeker. In Amerika kunnen ze een uitbraak van griep al voorspellen aan de hand van retail-databases. Er worden dan meer tissues, aspirientjes en citroenen gekocht. En je kunt ook zien hoe zich dat geografisch verspreidt.”

Kun je op dezelfde manier achterhalen in welk gebied de meeste snoep en frisdrank wordt gekocht en waar de kans op cariës groter is?
“Dat zou zeker kunnen. Absoluut. Maar dan krijg je ook te maken met privacy. Ik kan me namelijk voorstellen dat bepaalde groepen in de samenleving minder goed poetsen en vaker ongezond eten. Dat kun je wellicht koppelen aan bepaalde postcodegebieden. En op basis daarvan kun je gericht preventiebeleid formuleren, de samenleving kosten en de mensen leed besparen, maar je wilt niet discrimineren, stigmatiseren en stereotyperen.”

Wat is straks nog de rol van (tand)artsen als technieken steeds complexer worden?
“Met de komst van hightech apparatuur en systemen wordt samenwerken steeds belangrijker. Medisch personeel moet zichzelf daarom steeds minder als individuele held in een witte jas gaan zien, maar als een teamspeler in high-tech werkomgeving”.

En hoe kan de zorg zich voorbereiden op al die nieuwe ontwikkelingen?
“Straf medisch personeel niet voor het maken van fouten. Houd ze wel verantwoordelijk, maar ‘hang ze niet op’. Alleen dan kan het systeem verbeterd worden en kan er geleerd worden van fouten. Ook in het belang van de patiënt. In de vliegwereld is het gebruikelijk dat medewerkers niet worden gestraft. Want stel dat er stiekem op het toilet is gerookt, dan wil je ook dat dat wordt gemeld; je wilt weten wat er mis kan gaan en wat beter kan. Alleen dan kun je ongelukken voorkomen. Als je dus informatie uit het systeem wilt hebben, moet je mensen aanmoedigen, niet ontmoedigen, om die informatie te leveren.”

“Vroeger kon je elk half jaar bij de tandarts binnenkomen en alles zag er nog steeds hetzelfde uit"


Hoe zorg je ervoor dat dat systeem optimaal werkt?

“Hier is Value Sensitive Design of ‘waardengevoelig ontwerp’ van belang. Dat betekent simpelweg: wat je maakt, heeft impact. Als ik een kabel aanleg tussen jou en mij, dan is een derde uitgesloten. Dat is een keuze die ik maak met mijn ontwerp. Daarom spreken we ook wel over keuzearchitecturen, want de manier waarop een stad, computers, maar evengoed een moderne tandartspraktijk wordt ingericht, wordt voor een belangrijk deel bepaald door ingenieurs, architecten en technici. Die keuzes bepalen vervolgens het speelveld van de gebruikers. Bij Value Sensitive Design wordt al in een vroeg stadium gekeken naar de, onder andere ethische, consequenties voor de gebruikers van nieuwe computers, gebouwen of technologieën.”

Hoe doe je dat als (technische) ontwikkelingen zo snel gaan?
“Vroeger kon je elk half jaar bij de tandarts binnenkomen en alles zag er nog steeds hetzelfde uit. Als ik tegenwoordig bij mijn tandarts binnenkom is er altijd iets veranderd. Een nieuwe verbeterde stoel, nieuwe software, nieuwe beeldverwerkende apparatuur, nieuwe mensen met andere skills, er zijn mondhygiënisten, assistenten en specialisten bijgekomen. Een tandartspraktijk is een socio-technisch systeem. Als je dat constateert, dan komt het ontwerp om de hoek kijken. Want wat is het beste ontwerp, waar worden de minste fouten gemaakt, wat is het beste voor de patiënt? Hoe ontwerp je een dergelijk systeem? Is alles zo opgesteld dat de tandarts en assistent gemakkelijk kunnen werken? Zit de ‘workflow’ zo in elkaar dat er niets mis kan gaan? Je ontwerpt de ruimte dus met alle apparatuur erin en je ontwerpt ook het systeem waarin al die apparatuur, medewerkers en patiënten met elkaar interacteren. Je ontwerpt het dus eigenlijk als een geheel. En als je dat goed doet, kan het systeem en de mensen die er in werken optimaal functioneren.”

Wat zou u, tot slot, als filosoof, onze studenten nog willen meegeven?
“Dat ethiek onverdiend een speciaal plekje krijgt. We zijn namelijk de hele dag met ethiek bezig: we beoordelen andere mensen, we bedenken of iets goed is of niet, we liggen wakker van dingen die wij of andere hebben gezegd of gedaan, of we vinden dat andere mensen ergens wakker van zouden moeten liggen. Ook tandheelkunde studenten moeten zich dat goed realiseren. De gezondheid en het lot van mensen ligt letterlijk en figuurlijk in hun handen. Ze maken verschil in het leven van mensen: het doet ertoe hoe ze zich opstellen, hoe ze kinderen tegemoet treden, hoe ze omgang met de angst en de pijn van hun patiënten, en wat voor beslissingen ze nemen. Ze hebben een vak gekozen waarbij het niet primair gaat om hun eigen belang, maar om het belang van hun patiënten en de mensen die aan hun deskundigheid zijn toevertrouwd. Dat is een specifieke opgave en vraagt om verantwoordelijkheid en een constante reflectie op het eigen optreden.”

Biografie

Prof. dr. M.J. (Jeroen) van den Hoven

Heden: Hoogleraar Ethiek en Techniek, Universiteit Delft
Heden: Hoofdredacteur Ethics and Information Technology
2001-2006: Voorzitter Programma Commissie Verantwoord Innoveren, NWO
2015: Voorzitter Expert Groep Big Data en Privacy, minister van EZ
2007-2013: Onderzoeksdirecteur Centrum voor Ethiek en Technologie (3TU)
2009: Wint de World Technology Award for Ethics Curriculum Vitae