Interview Theo Schuyt: “Uiteindelijk gaat het om betrokkenheid”

Nog voor Factaal de eerste vraag aan de druk bezette VU-hoogleraar filantropische studies Theo Schuyt kan stellen, begint hij met een anekdote. De reden waarom hij meewerkt aan dit interview is simpel: hij heeft veel te danken aan de tandheelkunde. Als student-assistent was Schuyt betrokken bij onderzoek in Helmond, waar hij op een goeie dag in 1972 in de plaatselijke kroeg belandde. Als banketbakkerszoon had hij al niet een al te goed gebit, maar op die dag zat hij met een ontstoken kaak aan het bier. Het toeval wil dat naast hem een tandarts zat: de heer Jan Ulehake. Die besloot hem gelijk na het kroegbezoek te onderzoeken in zijn sociale tandartspraktijk in Helmond.

Al snel werd Schuyt door Ulehake verwezen naar ACTA-tandarts Nittert Postema. En die laatste heeft Schuyt naar eigen zeggen gered: “De eerste keer dat ik bij hem in de stoel lag, verloste hij mijn gebit van de pijn en schreeuwde: cariës! waardoor ik ongeveer tot het plafond schoot.

Daar voegde hij gelijk aan toe: ‘Als je je eigen mondhygiëne niet op orde houdt, dan kun je voor het bedrag dat je nu uitgeeft beter een auto kopen; je gebit valt er over een tijdje toch uit.” Intussen is Schuyt tevreden patiënt van oud-ACTA tandarts-docent Michiel Tijhuis en houdt hij zijn gebit “een stuk beter bij.”

Hij wil er maar mee zeggen: de belangrijkste reden waarom mensen vrijwillig ergens aan meewerken, is dat ze iets hebben met het doel ervan en omdat ze gevraagd worden door een persoon waar ze geen ‘nee’ tegen kunnen zeggen. Na de eerste kennismaking op de roltrappen van het ACTA-gebouw: “Ik wil het nieuwe ACTA-gebouw weleens van binnen te zien,” besluiten we elkaar te tutoyeren.

Tekst: Anke Brouwer

 Logo pdfDownload het interview

Wat doet een hoogleraar filantropische studies?

“Ik onderzoek maatschappelijke doelen en privaat geld voor algemeen nut. Dat doe ik door middel van macro-economische schattingen. Ik onderzoek wat mensen, (geld wervende en vermogens) fondsen, bedrijven en goede doelen loterijen geven aan algemeen nuttige doelen, zoals onderwijs, wetenschap of sport. Jaarlijks ruim 4 miljard, en dat is een lage schatting.”

Wat versta je onder filantropie?

“Filantropie wil zeggen: de particuliere vrijwillige bijdrage aan een algemeen nuttig doel. Het is een naar woord dat ik vaak moet uitleggen, want filantropie is iets anders dan goede doelen. Het gemakkelijkste is het te omschrijven aan de hand van het ontstaan van de Vrije Universiteit (VU). De VU is opgericht met behulp van particulier geld van privépersonen en geld van bierbrouwer: Hovy. Zijn borstbeeld staat vlak voor de aula naast dat van Abraham Kuyper. Het particuliere geld werd later ook ingezameld door Vrouwen VU hulp. Zij introduceerden ook die groene busjes. Ons onderzoek brengt kortgezegd in kaart hoeveel er gegeven wordt en door wie.”

En hoeveel wordt er in Nederland gegeven?
Nederland is een heel rijk land. De komende twintig jaar gaat er heel veel geld over naar de volgende generatie en we spreken daarom ook wel van de Gouden Eeuw van de filantropie. De schatting is volgens mijn collega-onderzoeker prof. Rene Bekkers 80 miljard euro. Dat is samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek berekend.”

Hoe is die ‘Gouden Eeuw’ ontstaan?
“Daar zijn drie redenen voor: de naoorlogse generatie - de babyboomers - is heel rijk geworden en dat geld hoeft niet meer verdeeld te worden onder negen kinderen, maar onder een of twee. Daarnaast willen mensen tegenwoordig liever zelf het verschil maken; tijdens hun leven of daarna. Het aantal fondsen op naam is enorm gegroeid.”

Er gaat steeds minder geld van de overheid naar de universiteiten. Kunnen universiteiten hun voordeel doen met deze kennis?
“Jazeker. Neem ACTA. Hier werken veel bevlogen professionals: hoogleraren, docenten noem maar op. En stel: ACTA zou een ACTA foundation hebben, dan zouden die bevlogen hoogleraren en docenten wellicht aan ACTA denken als ze hun testament opstellen. Dan kan er met dat geld wat extra’s gerealiseerd worden, zoals nieuwe voorzieningen, internationale contacten, onderzoek, noem maar op. Maar waarom gebeurt dat niet? Simpel: ACTA staat niet bekend als een te begunstigen doel. Dus geven deze bevlogen professionals hun geld aan de KWF kankerbestrijding, Maag, Darm, Leverstichting, de Hartstichting, WNF of Greenpeace en niet aan ACTA.”

“Ga naar buiten en zoek uit wie belangrijk zijn voor je organisatie”


En hoe kan ACTA er voor zorgen dat dat wel gebeurt?
“We hebben in opdracht van de Europese Commissie onderzoek gedaan onder universiteiten, waaronder ook ACTA, naar slaag- en faal factoren voor het binnenhalen van extra geld (het rapport Giving in evidence is te downloaden via de Europese Commissie, red.) en uit dat onderzoek kwam naar voren dat je er als instelling zelf actief mee bezig moet zijn. Dat betekent vaak een beleidsverandering.”

Hoe gaat dat in zijn werk?
“Je moet de groepen die zich betrokken voelen bij ACTA in huis halen. De docenten en de hoogleraren die veertig jaar bij ACTA werkten. De mensen die in de besturen zaten, dus niet zozeer de alumni. Vraag geen geld, maar inventariseer en mobiliseer je betrokken draagvlak. Dat is eigenlijk de kern van de gedachte.” 

Hoe doe je dat?
“Dat duurt uiteraard een aantal jaren. Je organiseert bijvoorbeeld een ex-ACTA besturendag met een diner en daar vertellen enthousiaste jonge wetenschappers over hun onderzoek. Ik kan je verzekeren, drie dagen later komt er bij de jonge onderzoeker een telefoontje binnen: ‘Kunnen we iets voor je betekenen?‘ Met andere woorden: haal mensen in huis en laat zien wat je successen zijn. Of richt een speciaal fonds op voor hoogleraren. Uiteindelijk gaat het om betrokkenheid. Misschien is het middenkader wel het meest betrokken, die lopen hier tenslotte vaak hun leven rond; dan moet je daarvoor iets verzinnen. Dan nog een gouden tip: bestuurders roepen vaak - en het ACTA-bestuur is vast niet anders: ‘Goed idee Schuyt, we stellen gelijk een fondsenwerver aan.’”

En dan zeg jij?
“Dat is de grootste fout die je kunt maken. De fondsenwerver wordt opgezadeld met een target van twee miljoen, hij of zij wordt tenslotte betaald en dat moet iets opleveren, en na anderhalf jaar is het niet gehaald. Waarom niet? Omdat de organisatie op dezelfde voet door is gegaan: hoe halen we NWO-geld binnen? Hoe zetten we kennis om in commerciële producten (valoriseren, red.)? Hoe kunnen we onze marktinkomsten vergroten? Hoe krijgen we meer geld van de overheid? enzovoorts. Maar als je tien procent meer geld wilt ontvangen van je betrokken achterban, dan moet je tien procent van je interne organisatie daarop afstemmen. Dat is dus niet die fondsenwerver, maar dat betekent dat het bestuur tien procent van haar tijd buiten de deur te vinden is; dat is namelijk aan het netwerken. Anders gezegd: ga naar buiten, zoek uit wie belangrijk zijn voor je organisatie (fondsen, bedrijven, oud-medewerkers enzovoorts) en nodig ze uit.”

“Het ultieme doel van een wetenschapper is dat je van maatschappelijke waarde bent”


In 1993 begon Schuyt met het onderzoek Geven in Nederland, de start van zijn filantropie onderzoek. Sinds 2001 is Schuyt bijzonder hoogleraar en per 2006 heeft hij een vaste leerstoel: “En die kan zo lang duren als ik zelf wil; ik ben niet aan een bepaalde leeftijdsgrens gebonden.” Sinds november 2014 is Schuyt ook bijzonder hoogleraar aan de universiteit van Maastricht met als belangrijkste opdracht: filantropie en sociale innovatie.

Wat motiveert mensen om aan vrijwilligerswerk te doen of geld te geven?
“Dat loopt uiteen van totaal eigenbelang naar absolute zelfopoffering. Ik kan daar honderden voorbeelden van geven, maar laat ik twee uitersten noemen. Allereerst de steenrijke familie Vanderbilt. Die familie legde in het verleden de spoorwegen aan in de Verenigde Staten. Ze waren schatrijk, maar werden als ongelooflijk uitbuitende Wildwest familie niet uitgenodigd door de maatschappelijke elite. Totdat de Vanderbilts donateur werden van The Metropolitain Opera en The Metropolitain Mueseum, toen wel. Je zet je geld dus in voor goede doelen om maatschappelijk aanzien te krijgen. En de andere kant is: onbaatzuchtigheid. Veel mensen zijn dat. Ze willen de wereld beter maken voor de volgende generatie en geven geld aan bijvoorbeeld studiebeurzen, behoud van cultuur of het milieu.

En wanneer geven mensen eerder geld aan een bepaald doel?
“Drie redenen: mensen moeten het weten; dat is belangrijk, mensen moeten het willen; dan speelt betrokkenheid vaak een rol. En die betrokkenheid wordt gestimuleerd door de groep mensen om je heen, denk aan: Alpe d'Huez en Serieus Request. De derde reden: je moet gevraagd worden.”

Geeft de ene groep mensen meer dan de andere? Ons viel bijvoorbeeld op dat er bij ACTA veel aan vrijwilligerswerk wordt gedaan.
“Dat is te verklaren. Hoger opgeleide mensen doen vaker aan vrijwilligerswerk dan laagopgeleide mensen. Ze zitten vaker in besturen enzovoorts. Kaakchirurgen zitten bijvoorbeeld vaak in netwerken van serviceclubs, zoals de rotary en lions enzovoorts. En van die clubs wordt ook verwacht dat ze zich inzetten voor de maatschappij. Het is gezellig, maar de leden spreken elkaar ook aan op gedrag en stimuleren elkaar. En medici zetten vaak hun expertise in. Je kunt bijvoorbeeld in je vakantieperiode besluiten om open gehemeltes te repareren in Zimbabwe. Dan kun je fantastisch werk doen.”

Hoe kijk je naar de toekomst als je ziet dat universiteiten en wetenschappers steeds meer geld van buitenaf moeten aantrekken?
“In de toekomst wordt het onderzoek en onderwijs nog steeds voor een groot deel betaald door de overheid, marktinkomsten, subsidies en regelingen, maar betrokkenheid gaat steeds vaker een rol spelen. Je ultieme doel als wetenschapper is wat mij betreft, dat je van maatschappelijke waarde bent. Maar wetenschappelijke organisaties zijn vaak intern gericht; als hoogleraar wordt je beoordeeld op basis van het aantal publicaties en niet op basis van je maatschappelijke impact. Dat is eigenlijk het hele punt.”

Feiten & Cijfers over 2013-2014


Wat feiten en cijfers op een rij:

  • NL huishoudens geven het meest aan: Kerk en Levensbeschouwing.
  • NL huishoudens geven het minst aan: Onderwijs en Onderzoek.
  • NL huishoudens geven gemiddeld €204 per jaar uit aan goede doelen.
  • 70% van de bedrijven geven samen 1,4 miljard aan goede doelen (sponsoring e.d.). 
  • Sportverenigingen en kerkelijke organisaties tellen de meeste vrijwilligers.
  • Vrijwilligers besteden gemiddeld 18 uur per maand aan vrijwilligerswerk.
  • De meeste vrijwilligers houden zich bezig met bestuurlijke taken (26%), klussen (20%), kantoorwerk en administratie (18%), advies en training (17%) of vervoer (14%).

Bron: samenvatting ‘Geven In Nederland’ rapport, 2015

Biografie


Prof. Dr. T. (Theo) Schuyt

2014-heden: Bijzonder hoogleraar Filantropie en Sociale Innovatie, Universiteit van Maastricht
2006-heden: Hoogleraar Filantropische studies, Vrije Universiteit
2001-2006: Bijzonder hoogleraar Filantropische studies, Vrije Universiteit
1993-2001: Wetenschapper onderzoek ‘Geven in Nederland’
1976-1993: Wetenschappelijk medewerker VU Sociale Wetenschappen
1974 1976: Stafdocent Hogeschool
1972-1974: Student-assistent
1968-1972: Studie Sociologie Vrije Universiteit
1967-1968: Studie Psychologie Vrije Universiteit